· bij frequentieverdelingen met klassenindeling

♦ De modus is het midden van de ‘modale klasse’. Dat is de klasse met de hoogste frequentiedichtheid.
De frequentiedichtheid = de gemeten frequentie / de klassebreedte. [Statistiek blz.49]

Berekening:
• bereken de breedte van iedere klasse
• deel de gemeten frequenties door de breedte van bijbehorende klasse
• de hoogste uitkomst geeft de ‘modale klasse’ aan
• de modus is het midden van de modale klasse.

 


♦ De mediaan ligt halverwege alle waarnemingsuitkomsten die zijn geordend in een cumulatieve reeks. [Statistiek blz.49-50]

Mediaan rangnummer:  (n)/2,
en dan interpoleren in de bijbehorende klasse.

Berekening:
• orden de waargenomen frequenties in een cumulatieve reeks
• totaal aantal waarnemingen: n
• de plaats van de mediaan is (n)/2 in de cumulatieve reeks
• bepaal de klasse waarbinnen de mediaan valt
• interpoleer lineair de waarde binnen de klasse die bij de mediaan hoort.

 


♦ Het gemiddelde is de som van (alle klassenmidden maal hun frequentie) gedeeld door het aantal waarnemingen. [Statistiek blz.48-49]

Gemiddelde van populatie μ: Σ(ƒi·mi)/N
Gemiddelde van steekproef : Σ(ƒi·mi)/n

Berekening:
• bepaal de klassemiddens
• vermenigvuldig de klassemiddens met bijbehorende frequenties
• tel de uitkomsten van de vermenigvuldigingen bij elkaar op
• deel de uitkomst door het totaal aantal waarnemingen (frequenties).