· bij frequentieverdelingen

♦ De modus is de waarde van de waarneming die het vaakst voorkomt. Bij frequentieverdelingen is de modus is de waarnemingsuitkomst met hoogste frequentie. [blz.47]

Berekening:
• bekijk welke waarnemingsuitkomst de hoogste frequentie heeft
• bepaal de waarde van de waarnemingsuitkomst

 


♦ De mediaan is de waarde van de middelste waarneming of, bij een even aantal waarnemingen, de waarden van de middelste twee waarnemingen.
Voorwaarde: de waarden van de verzameling zijn geordend in een (cumulatieve) reeks.[blz.47]

Mediaan rangnummer: (n+1)/2,
en dan de waarde van de waarneming die bij de mediaan hoort.

Berekening:
• orden het aantal waarnemingen in een logische reeks
• totaal aantal waarnemingen: n
• de plaats van de mediaan in de waarnemingen: (n+1)/2
• bepaal de waarde van de mediaan (van de middelste waarneming(en))

 


♦ Het gemiddelde is de som van alle waarnemingen maal de frequentie waarin ze voorkomen,  gedeeld door het totaal aantal waarnemingen. [blz.47]

Gemiddelde voor een populatie μ: Σ(ƒi·xi)/N
Gemiddelde voor een steekproef X̄: Σ(ƒi·xi)/n

Berekening:
• totaal van het aantal gemeten frequenties: n
• vermenigvuldig iedere waarde van de waarneming met haar gemeten frequentie
• tel de waarden van alle vermenigvuldigingen bij elkaar op
• deel dat totaal door n