Spreidingsmaten

Centrummaten geven aan welke waarde als centrum van een verdeling kan worden gezien.
Spreidingsmaten laten zien in welke mate de waarnemingsuitkomsten onderling verschillen en afwijken van het centrum. Hoe hoger de spreidingsmaat des te verder liggen de waarnemingsuitkomsten uit elkaar.

De volgende spreidingsmaten komen aan de orde:

  • Variatiebreedte
  • Standaarddeviatie of standaardafwijking bij populatie σ
  • Standaarddeviatie of standaardafwijking bij steekproef S
  • Kwartielafstand

We behandelen dezelfde spreidingsmaten voor drie verschillende situaties:

Bijvoorbeeld
Bij een normale verdeling (zie tekening) geldt dat 95% van alle waarden ligt tussen 2 standaarddeviaties rechts (plus) en links (min) van het gemiddelde.
Bij een grote standaarddeviatie is de spreiding van de waarden rond het gemiddelde groter. De kromme wordt breder en platter.
Een kleine standaarddeviatie impliceert dat de spreiding rond het gemiddelde kleiner is.

Veranderingen in de gemeten waarden

Wanneer de oorspronkelijk gemeten waarden van de waarnemingen worden vermenigvuldigd met een bepaald getal, dan worden de centrummaten én de spreidingsmaten ook vermenigvuldigd met dat zelfde getal.