Variabelen invoeren

De kolom Name geeft iedere variabele een naam, meestal met een nummer dat overeenkomt met het nummer van de vraag op het enquêteformulier.
v01, v02, v03, enz.

Type geeft de schrijfwijze van het antwoord weer:
· cijfers → Numeric
· tekst → String
· valuta → Custom currency [ eventueel met 2 decimalen]
· datum → Date

Width geeft de nodige breedte weer van Type:
· voor getallen tot 100 is 2 de breedte
· voor getallen tot 1000 is 3 de breedte
· voor tekst is het de lengte van de in te voeren tekst

Decimals horen op 0 tenzij de antwoorden cijfers achter de komma kunnen bevatten.

Wat in Label staat verschijnt later in te maken tabellen en grafieken.

In de kolom Values komen de coderingen van de antwoorden. Indien nodig.

Codering bij wel/niet antwoorden:
0 =”nee” [SPSS behandelt de 0 anders dan andere getallen]
1 = “ja”

Codering bij uitsluitende a of b of c antwoorden:
1 = “a”
2 = “b”
3 = “c”

Codering bij niet-uitsluitende a en/of b en/of c antwoorden:
meerdere deelvragen maken met wel/niet antwoorden.

Klassenindeling maken

De variabele definiëren zonder overlap.

Bijvoorbeeld:
0 -< 19,9, 20 -< 39,9, 40 -< 69,9, 70 -< 128

De variabele labelen [komt in een tabel of onder n’ grafiek] mag met overlap.

Bijvoorbeeld:
0 – 20, 20 – 40, 40 – 70, 70 – 128

 

15 maart 2013 door KCM webredactie
Categories: SPSS

Comments (2)

  1. Ik heb geen reactie

Plaats hier uw reactie

* invullen aub.